Wereldwijde macro-economische ontwikkelingen: een terugblik op het eerste kwartaal van 2026
De wereldeconomie bevindt zich momenteel in een fase van verhoogde onzekerheid. Daarin zijn geopolitieke spanningen, energieprijzen en monetair beleid sterk met elkaar verweven. De recente escalatie in het Midden-Oosten heeft geleid tot een nieuwe energieschok. Olieprijzen zijn fors opgelopen en cruciale handelsroutes, zoals de Straat van Hormuz, staan onder druk. Dit werkt direct door in de inflatie, de kostenstructuren van bedrijven en het vertrouwen van consumenten en beleggers.
Tegelijkertijd spelen politieke ontwikkelingen een belangrijke rol. Het beleid van de regering-Trump kenmerkt zich door een grillig patroon: er komt een stevige beleidsaankondiging, waarna een versoepeling volgt. Daarbij hebben de financiële markten een disciplinerende en corrigerende rol. Vooral het oplopen van de rentes op obligatiemarkten lijkt beleidsmakers tot voorzichtigheid te dwingen. Door deze dynamiek bewegen de markten voortdurend tussen hoop en vrees.
Een belangrijk aandachtspunt is de ontwikkeling van de koers van de dollar, die traditioneel als veilige haven fungeert. Er zijn steeds meer tekenen dat het vertrouwen in deze munt niet meer vanzelfsprekend is. Geopolitieke keuzes, de hoge staatsschuld van de VS en verschuivende internationale verhoudingen spelen hierbij een rol. Momenteel is de dollar relatief sterk, mede doordat de VS niet erg afhankelijk is van energie-importen en profiteert van de stijging van de reële rentes.
Tegen deze achtergrond maakt de markt zich steeds meer zorgen over de kans op stagflatie. In dat scenario vertraagt de economische groei, terwijl de inflatie en werkloosheid hoog blijven. Dat maakt het voor de centrale banken lastiger om beleidsmaatregelen te nemen. Ook vergroot het de onzekerheid over het verdere verloop van de economie.
Verenigde Staten
De Amerikaanse economie toont zich vooralsnog veerkrachtig. Ondanks hogere energieprijzen en geopolitieke spanningen blijft de groei relatief stabiel. De energieschok veroorzaakt vooral een stijging van de inflatie, terwijl de directe schade aan de economische activiteit beperkt blijft. Dit hangt samen met de relatief sterke energiepositie van de VS, die minder dan andere landen afhankelijk is van importen.
De dollar is recent in waarde gestegen ten opzichte van andere valuta, waaronder de euro. Dit wordt ondersteund doordat de reële rentes in de VS zijn gestegen. Bovendien ziet de markt de VS als een relatief veilige economie, mede door de geografische afstand tot het conflictgebied in het Midden-Oosten.
Het vertrouwen in de dollar als dominante wereldmunt staat echter wel onder druk van onder meer de geopolitieke ontwikkelingen en de discussies over de rol van de VS op het wereldtoneel. Daarnaast veroorzaken de handelspolitiek en begrotingskeuzes van de Amerikaanse regering onzekerheid. De Amerikaanse centrale bank (Fed) houdt de rente naar verwachting langer op een relatief hoog niveau om de inflatie onder controle te houden. Eventuele versoepeling van het monetaire beleid komt pas later in beeld.
Europa
Europa wordt duidelijk sterker geraakt door de huidige ontwikkelingen. De regio importeert netto energie en is daardoor gevoeliger voor een stijging van de olie- en gasprijzen. Dit drukt op de koopkracht van huishoudens en verhoogt de kosten voor bedrijven, vooral in energie-intensieve sectoren zoals de industrie en chemie. Hierdoor daalt de eurokoers ten opzichte van de dollar. Naast energie spelen ook verschillen in reële rentes een rol. De energietransitie en de toegenomen inzet van hernieuwbare bronnen beperken de impact van de gestegen energieprijzen enigszins. Dat neemt de kwetsbaarheid echter niet weg.
De Europese Centrale Bank (ECB) bevindt zich in een lastige positie. Hoewel de economische groei relatief zwak is – wat zou pleiten voor renteverlaging – ziet zij zich genoodzaakt om alert te blijven op inflatierisico’s. Dit kan ertoe leiden dat zij de rente verder verhoogt of langer hoog houdt.
Tegelijkertijd zijn er duidelijke verschillen tussen de Europese landen, afhankelijk van de mate waarin zij afhankelijk zijn van energie en van hun economische structuur. Daardoor is het herstel minder gelijkmatig dan in eerdere periodes.
Nederland
De Nederlandse economie blijft in de kern solide, maar ondervindt duidelijk de invloed van de internationale ontwikkelingen. Als open economie is Nederland sterk verweven met de wereldhandel en logistieke ketens. Daardoor zijn geopolitieke spanningen en verstoringen in de energievoorziening direct voelbaar.
De economische groei wordt licht neerwaarts bijgesteld, terwijl de inflatie oploopt. De gestegen energieprijzen werken door in bredere prijsstijgingen. Zij kunnen via loonontwikkeling een tweede-ronde-effect krijgen. De krappe arbeidsmarkt speelt hierbij een belangrijke rol.
Verschillende sectoren worden hierdoor geraakt. Industrie, bouw en transport ondervinden hinder van de kostenstijging en de onzekerheid. Daarentegen blijven sectoren zoals IT, zorg en gespecialiseerde dienstverlening relatief stabiel.
De combinatie van hogere inflatie en stijgende rente veroorzaakt enige druk op de investeringen en de consumptie. Tegelijkertijd bieden de buffers die huishoudens en bedrijven hebben opgebouwd, een zekere mate van veerkracht.
China
Het beeld van de Chinese economie is gemengd, maar overwegend stabiel. De economie is het jaar sterk begonnen: de investeringen namen toe en de export was solide, mede ondersteund door de wereldwijde vraag naar technologie en industriële producten.
Als grote energie-importeur wordt China wel geraakt door de stijging van de energieprijzen en de verstoringen in aanvoerroutes. Er zijn echter belangrijke verzachtende factoren, zoals strategische voorraden en alternatieve energiebronnen.
De Chinese inflatie loopt licht op doordat de kosten stijgen. Dat beperkt de ruimte voor verdere monetaire stimulering enigszins. Tegelijkertijd blijft de overheid erop gericht de economische groei te ondersteunen, zonder grote veranderingen in het economische model.
Foto: Wolfgang Weiser via Pexels.